Zo begint het inmiddels echt te voelen, als de laatste loodjes. Ik merk dat ik niet echt veel enthousiasme meer op kan brengen om weer een avond op mijn kussentje te zitten. Als we wéér aura's gaan wassen zeg ik wel dat ik toekijk, mompel ik recalcitrant op weg naar de nieuwe bestemming. De laatste lessen worden op een andere locatie gegeven. Het is een oude gymzaal van een voormalig schoolgebouw en als ik binnenkom is het stemmig donker met flakkerend kaarslicht. We zitten op de grond in een oude, grijsbetegelde langwerpige kleedkamer, waardoor de kring in een elips-vorm wordt gedwongen. Het is relatief klein, donker, de wierookwalm (die me nog steeds niet kan bekoren) is bij binnenkomst bijna verstikkend, maar het heeft ook wel iets knus. Er liggen bruine hoogpolige kleden op de vloer, er staan boeddha's langs de kant en er hangen schilderijen.
Ik kan het niet laten weer naar Ernst te vragen. Helma vertelt dat hij zijn co-leiderschap heeft opgegeven, voorlopig althans, want het is écht wat hij (later) wil gaan doen. Maar nu is het gewoon te druk. Oke, we moeten het dus, tot het eind, met Helma doen, prima.
Als we voltallig zijn vraagt Helma naar ons gevoel bij binnenkomst. Nogal wat mensen vonden de muur van wierook een beproeving, maar de meesten voelden zich, hier eenmaal dapper doorheen gestapt, toch prettig en welkom in het gebouw. Sandra verwoordt mijn gevoel precies: het voelt een beetje of we op schoolkamp zijn.
Gelukkig gaan we iets nieuws doen. We moeten in de kring gaan zitten, knie aan knie. Dan begint de meditatie. Op een zeker moment vraagt Helma één cursiste om - de ogen gesloten - met haar linkerhand naar de rechterhand van haar buurvrouw te reiken en deze vast te pakken. Wanneer deze buurvrouw voelt dat ze energie ontvangt en dat deze gaat stromen, mag ook zij naar de hand van haar buurvrouw op zoek. Heel langzaam wordt de kring zo gesloten, en zitten we uiteindelijk allemaal hand in hand. De energie kan nu vrijelijk rondgaan. We moeten ons openstellen en proberen gevoelens, woorden of beelden op te pikken. Deze mogen we hardop zeggen, waarna we moeten proberen te achterhalen bij wie ze horen en meer nog: waarom. Ik hoor wat aarzelend gemompel, en Helma grijpt in en vraagt meteen door. Iemand voelt gejaagdheid. "Mijn hart begint te racen, maar dat is echt niet van mezelf. Ik denk dat het van Jolijn is." Het waarom moet ze schuldig blijven. Wilma voelt een scherpe pijn in haar onderbeen en weet zeker dat die van mij komt. Ik weet van niks, maar we mogen niet reageren op dit moment. Ik schrik me wild wanneer Arno ineens keihard roept: "Laat me met rust!" Het begint aan het hysterische te grenzen, het uitkramen van deze nonsens lijkt aanstekelijk te werken. "Ik voel een zwaar verdriet." "Ik ben wanhopig." Ikzelf prakkiseer me rot, probeer me open te stellen, maar alles wat me door het hoofd schiet heb ik volgens mij zelf bedacht. Dat moeten we overigens niet zo zien, legt Helma later uit: die gedachten zijn er niet voor niks. Op enig moment komt uit het niets het woord 'open' bij me op en ik denk daarbij aan Sandra. Gelukkig, zucht ik. Ik heb ook iets te melden. Na een half uur mogen we langzaam in omgekeerde volgorde de handen weer loslaten en mogen de ogen open. Er volgt een rondje met nabespreking. Natuurlijk worden er weer wat traantjes geplengd. Ik kijk nergens meer van op. Ik vertel dat Sandra zichzelf meer moet gaan laten zien (open!) en niet zichzelf wegcijferen en al haar meningen en verdriet voor zich houden. Maar ik vraag me af of ik daar deze sessie voor nodig had. Bij de meeste doorgekregen gevoelens van de deelnemers blijft het waarom echter een groot geheim. Ook dat van de pijn in 'mijn' been. Maar het zou een waarschuwing kunnen zijn. Juist.
Opmerkelijk is dat op enig moment, wanneer Helma een deur open gezet heeft vanwege de verhitte gemoederen, het schilderij achter haar als een dolle begint te bewegen. Het hangt aan een draad en draait om de beurt met de linker- en rechterkant naar voren. We schrikken ervan maar Helma zegt dat dit soort dingen regelmatig gebeurt. "Bij de andere groep staat vaak de klok ineens stil." Frappant is dat het schilderij zich hierna weer koest houdt, terwijl de deur gewoon open blijft staan. Is dit een truc van Helma geweest? Toeval? Een geest? Ik vrees dat ik het nooit zal weten.
Om de avond goed af te sluiten gaan we in tweetallen nog even aan het werk. Dus toch! Maar omdat het maar voor even is, en de avond raar maar leuk is geweest, kan ik het wel aan. Wanneer we afsluiten zegt Helma dat we de volgende (voorlaatste) keer nog één keer gaan magnetiseren/demagnetiseren. Ik ben blij dat ze dit meldt, want nu heb ik twee weken de tijd om te beslissen of ik een keer zal spijbelen. Tot nu toe ben ik zo'n beetje de enige die alle bijeenkomsten braaf gevolgd heeft. Dat is hoe ik opgevoed ben (en oké, ik ben ook niet ziek geweest of zo). Bovendien ben ik het voor mijn gevoel aan mijn sponsoren, jullie dus, verschuldigd. Maar ik heb er écht geen zin meer in. Een halve avond stil zitten om een behandeling te ondergaan waarvan ik nooit echt enig nut heb bemerkt. Plus een halve avond 'behandelaar' spelen en moeten aanhoren hoe de patiënt zich in bochten wringt om te melden wat ze allemaal gevoeld heeft. Het zal een gevecht worden tussen mijn schuldgevoel en mijn spiri-moeheid. En stel je eens voor dat ik een fantastisch inzicht ga missen, door verstek te laten gaan. Dat zou mijn straf zijn. Maar waarschijnlijk kan ik jullie bij deze alvast mijn excuses aanbieden. Het is zeer wel mogelijk dat het totale aantal blogs één lager uit zal vallen. Sorry, sorry, sorry. De koek (en mijn zin daarin) is een beetje op...
Geen opmerkingen:
Een reactie posten