Bij de aanvangsmeditatie leidt Helma ons dit maal naar ons Ki. Dat is een punt net onder je navel. "Als je daar bent zijn er geen problemen, is er geen verdriet, geen angst, geen jaloezie. Alleen maar vrede", zingt ze ons dromerig toe. "Als je je rot voelt, probeer dan altijd dáár naartoe te gaan, dan word je weer rustig en kom je weer in balans." Een fijne tip. Maar hoe kom ik er precies? Wat bedoelt ze met 'daar naartoe gaan'? Het is een ongeschreven regel dat je je mond niet open doet tijdens een (groeps)meditatie - behalve als we mantra's moeten roepen uiteraard -, dus ik ben geacht het zelf uit te zoeken. Ik concentreer me op het punt onder mijn navel en probeer er naartoe te ademen. En warempel, door mijn focus op de ademhaling, raak ik mijn stress over wat nou precies de bedoeling is helemaal kwijt. Ik stel me voor dat het plekje genoeglijk begint te gloeien. Even hiervoor, aan het begin, toen we net onze ogen sloten, was ik ook al zo in verwarring. "Draai je ogen nu naar achteren en kijk naar je pijnappelklier", luidde de mijns inziens fysiek onmogelijke opdracht. Ik kwam niet verder dan een stukje omhoog, waarbij mijn oogspieren onmiddellijk begonnen te protesteren en hevig te trillen, en kon me niet voorstellen dat ik het letterlijk moest nemen. Maar als je het goed deed kon je de klier ook werkelijk waarnemen in de vorm van een groen of geel puntje. Wanneer ik later vraag of we nu inderdaad letterlijk onze ogen in de kassen moesten draaien is het antwoord bevestigend. "Dat is een goede ondersteuning, tot je het met je innerlijke oog kunt." Ik besluit het maar gewoon te laten zitten en van de volgende meditatie te gaan genieten, en ontspan.
We gaan deze les op herhaling: even op onze vinger oefenen en daarna aura-kijken bij elkaar, in groepjes van drie. Omdat ik deze keer voor een gele mat zit (in plaats van een witte muur), is het aura dat ik op enig moment om mijn vinger zie verschijnen felgeel. Ik besluit mijn vinger voor een rode muurtekening te houden en ja hoor: het effect is nu knalrood. Ook met groen lukt het trucje me. Wanneer ik dit later aan Helma meldt, legt ze uit dat dat komt omdat het witte licht van de aura zó hel is, dat de kleur die erachter zit erdoorheen komt. Ik denk zelf stiekem nog steeds dat het een soort van contrastreactie in de hersenen is.
Ogen opgewarmd, kunnen we met het echte werk aan de slag. Ik kom niet meer aan de beurt om mijn aura te laten bekijken, wat volgens Helma erg zwaar is. Een van de bekekenen begint halverwege te snikken, zo'n hoofdpijn heeft ze gekregen van het gestaar naar haar voorhoofd. Gelukkig ervaren mijn 'maatjes' hooguit een wat drukkend gevoel en licht de felle tl-verlichting om hun hoofd regelmatig op in mijn ogen. Na een half uur willen mijn hersens echter niet meer zo, maar dan mogen we alweer in de kring gaan zitten. Mijn buurvrouw, Sandra, vertelt opgetogen dat haar 'maatjes' allebei een beschermengel hebben gezien, elk aan een kant van haar hoofd. Links zag de een (die dit vrij stoïcijns onderging) een vrouw, die na beschrijving erg op Sandra's overleden moeder leek. Rechts zag de ander (die zich werkelijk rot schrok) een man, die niet 'thuisgebracht' kon worden. "Ooooo, ik ben jaloers", roep ik, waarop ik meteen verzucht dat ik dus onmiddellijk naar mijn Ki moet gaan...
Verder geen opzienbarende resultaten in de groep, maar Sandra neemt volgende keer een foto van haar moeder mee, zodat degene die de vrouw zag kan verifiëren of zij het werkelijk geweest is. Waarom krijgt één persoon twee 'zieneressen' om mee te werken? En waarom treffen deze twee dames precies de beschermengelde Sandra? En ik had voor de les begon nog wel tegen Sandra gezegd: Deze keer wil ik weer een keer met jou! Wie weet wat ik gezien zou hebben... Affijn, het lot heeft anders beslist.
Ter afsluiting doen we nog een mantra-meditatie. Deze keer kiest ieder zijn eigen woord. "Waar heb jij de komende weken behoefte aan?" gaat Helma de kring rond. Velen kiezen Zelfvertrouwen, maar ik wil graag Energie, omdat ik daar al tijden een gebrek aan heb. Eén persoon zoekt een Huis en ook dat blijkt te mogen. "Volgende keer heb je een caravan", grapt iemand. Maar als we aan de slag gaan en ik in de wiebelkadans "Energie" hardop herhaal, is het eigenlijk heel lekker. Fijner dan vorige keer, toen we in elkaars ritme gedwongen werden en om het hardst 'Liefde' scandeerden. Ik prevel ingetogen maar vol vertrouwen mijn mantra en af en toe dringen de de anderen om me heen bij me binnen. "Vertrouwen", "Kracht" en ook nog "Huis". Het klinkt gemoedelijk, alsof ik onderdeel ben van een ouderwetse, puffende, krakende machine. En het voelt prima. Na afloop krijgen we de opdracht mee te kijken wat de meditatie ons gebracht heeft. Terugkijkend heb ik een paar dagen heel hard en super lekker gewerkt, in de tuin. Harder dan ik had verwacht. Maar op de vierde en vijfde dag had ik toch een soort terugslag en heb ik veel geslapen om weer 'bij' te komen. Misschien had ik mijn meditatie na een paar dagen moeten herhalen?
Geen opmerkingen:
Een reactie posten