De teller staat op: € 380,77=!!!

maandag 2 mei 2011

Elfde bijeenkomst: Blij met een dode mus?

Vandaag wacht me een grote verrassing. De laatste bijeenkomst sloten we af met een rood-meditatie. Aangezien rood de kleur is van het stuitchakra, kun je dat opladen door aan rood te denken. Je ademt bij elke inhalatie rood in (door deze kleur te visualiseren), bij elke keer dat je uitblaast 'duw' je het rood naar beneden, tot aan je stuit. Door dit vaak te doen komt het met je basischakra helemaal in orde.
Wanneer we in de kring wachten tot iedereen er is, bestoken we Helma met vragen. "Gaan we vandaag Oranje doen?" in de verwachting dat we nu elke les verder omhoog zullen werken. Maar nee. "De basis is té belangrijk", legt Helma uit. "We richten ons vandaag nog steeds op rood, maar we gaan ook wat anders doen." Ik laat het maar weer over me heenkomen.
De aanvangsmeditatie gaat me prima af. Bij het staren naar een punt tegenover me wordt de omgeving vaag, de persoon tegenover me en de poppetjes op de muur krijgen een fel wit randje, net buiten het punt waar ik me op richt voor we de ogen sluiten om naar 'binnen' te gaan. Het is een lekker gevoel en grappig om je te verbeelden: een rode wolk die in je keel verdwijnt en naar beneden wordt geperst. Zo'n twintig minuten later ben ik dan ook erg tevreden. En dan spreekt Helma de - voor mij - lang verwachte woorden: "Vandaag gaan we een begin maken met aura's leren zien." Ik juich inwendig, hier was het me immers allemaal om te doen! We gaan met ons gezicht naar de muur in ontspannen houding zitten. Dan deelt Ernst een papier uit, waarop een zwartwit plaatje staat, waar ik niks in herken. We moeten ons een hele poos op drie stipjes in het midden fixeren. Als psycholoog weet ik natuurlijk meteen welke kant dit opgaat. En jawel: dan krijgen we opdracht onze ogen op de muur te richten. En hoewel ik weet wat er gebeuren gaat, ben ik verbaasd en opgetogen: er verschijnt het gezicht van Jezus, en dat zweeft met een noodgang rechts mijn beeld uit. "Jezus!", roep ik als flauwe grap, maar ik word meteen tot stilte gemaand. Helma vertelt ons dat we moeten proberen het beeld vast te zetten. "Zorg dat het stil blijft staan in je blikveld." Nadat de Heiland er drie keer met een noodvaart vandoor probeert te gaan naar rechts, als een voorbij zoevende raceauto, heb ik hem eindelijk gevangen. Ik blijf hem minuten lang zien, tot hij helemaal vervaagd is. "Wie heeft niks gezien?", vraagt Helma. Niemand antwoord. "En dit", vervolgt ze triomfantelijk, "wil dus zeggen dat jullie allemaal in staat zullen zijn om aura's te zien." Ik trek mijn wenkbrauwen op. Dit was een optische illusie, een fysiologische reactie van de hersenen... Dat 'kan' toch zo'n beetje iedereen? "We gaan ons nu richten op onze vinger tot er een witte lijn zal verschijnen. Als je die ziet, zie je de eerste aura-laag. Die is altijd wit." "Maar", protesteer ik, "bij de beginmeditatie zie ik die witte lijn ook altijd om de muurschilderingen." Helma pareert dit handig: "Maar we gaan nu op levend materiaal oefenen." O. En wat is het verschil dan? Dood of levend, is dit niet ook gewoon een reactie van je brein, dat een soort contrast zoekt? En hoe zit dat met mijn zoon, die nadrukkelijk geen wit, maar een gekleurd lijntje om personen waarneemt? Ik zeg maar niks meer en volg de instructies op. Ik zal het wel zien. Of niet. Eerst concentreren we ons een poosje op de vinger, daarna op de muur erachter en tot slot moeten we als het ware 'door de vinger heen' kijken. En ja, daar verschijnt de witte lijn. Als een neonbuisje om de vinger gedrapeerd. Maar opgetogen ben ik niet. Dit is precies wat je ziet als je naar iets donkers voor iets wits staart, al dan niet levend. Nog immer hoopvol dat de kleuren (en dus het echte aura) zich in een latere les zich wellicht aan me zullen openbaren, haal ik mijn schouders op en hou mijn twijfels voor me. Of nou ja, twijfels: ik geloof er geen ene moer van! Maar het is sowieso een leuk spelletje en ik stort me vol overgave in de volgende opdracht, waarbij we in groepjes van drie werken: een persoon zit in meditatiehouding met gesloten ogen tegen de muur, de andere twee oefenen op het zien van de eerste laag van heur aura. Ondanks de schemerige ruimte zie ik een helwitte streep om het hoofd verschijnen. Na een poosje is het tijd om te wisselen. De bestudeerden moeten goed drinken, want deze oefening is erg zwaar voor ze geweest, vertelt Helma; ze moeten goed hun afvalstoffen kwijt. Een aantal van hen meldt ook een lichte hoofdpijn. Dan is het mijn beurt. Ik zit tevreden met mijn ogen toe en denk Rood. Adem in, duw naar beneden, heerlijk, en voor ik het weet is mijn beurt weer voorbij. Geen centje pijn. Wel ben ik mega ontspannen en krijg ik een gaap-aanval. In een ander groepje kreeg de bekekene een hoofdpijnscheut door haar hoofd, die door een van de kijkers simultaan werd gevoeld. Spannend... "Ik heb gewoon heerlijk Rood zitten ademen", meldt ik als Helma bezorgd vraagt of het wel met me gaat na deze zware sessie. Tja, het was vermakelijk, het was leuk, maar totaal lichamelijk en wetenschappelijk verklaarbaar en daarmee niks van doen hebbende met het spirituele lijkt mij.
We krijgen de opdracht mee naar huis om veel te oefenen met rood, en om naar onze vingers te kijken. Of naar gewillige proefpersonen in onze omgeving. Zo trainen we ons vermogen om aura's steeds makkelijker en sneller te kunnen zien, als een tweede natuur. "Maar nooit, nooit in de spiegel oefenen. Daar zijn jullie nog niet aan toe. Je kunt dan dingen zien waar je misschien van schrikt." En als ik die nou gewoon bij Huub aan de eetafel zie, dingen waar ik van schrik? Mag dat wel? Ik kan niet wachten...

Geen opmerkingen:

Een reactie posten